www.huitema.name

Uitleg onderzoek naar uw stamboom


Wat is genealogie?
In de Van Dale wordt genealogie als het volgende uitgelegd:
1 leer van de ontwikkeling en verwantschap van geslachten => familiekunde, geslachtkunde
2 geslachtslijst, stamboom

Stamboomonderzoek is dan een makkelijke woord om dit uit te leggen. Bij stamboomonderzoek probeert men zijn of haar voorouders te zoeken.

Er zijn verschillende vormen van stamboomonderzoek:


In het algemeen spreken we van Genealogie.

Het uitzoeken van voorouders was altijd een lastige en tijdrovende klus. Je moest dan in de archieven, zoals in tresoar, waar ik zelf menig uurtje heb doorgebracht. Door het internet is dit een stuk gemakkelijker geworden.
Het onderzoek begint met het verzamelen van gegevens van je ouders en grootouders. Zoek ze op en vraag eerst eens wat zij allemaal weten en wat ze hebben aan documentatie. Misschien hebben ze geboortekaartjes, huwelijkskaarten, rouwbrieven, bidprentjes liggen waar veel waardevolle informatie op staat. Dit is een goed begin voor je onderzoek

Daarna begint het onderzoek naar een stamboom bij het raadplegen van de gegevens van de burgelijke stand. Dit kan men doen in het Rijksarchief. Veel van mijn gegevens, van Friese voorouders, komen uit het Rijksarchief in Leeuwarden, welke men ook via de computer kan bezoeken. Ook hebben de Rijksarchieven een studiezaal waar men onderzoek kan doen.
Via de website www.ryksargyf.org kan men een onderzoek beginnen naar Friese voorouders.

Burgerlijke Stand van af 1811

Voor de meeste bezoekers begint het onderzoek in de Burgerlijke Stand. D at is een systeem van geboorte-, huwelijks- en overlijdensakten dat sinds 1811 in elke gemeente wordt bijgehouden. In de Burgerlijke Stand kan het spoor terug worden gevolgd tot 1811.
De gegevens van de Burgerlijke Stand zijn openbaar (gebaseerd op de openbaarheid in het Rijksarchief Friesland:
- Geboorteaktes van 1811 tot ongeveer 1902
- Huwelijksaktes van 1811 tot ongeveer1922
- Overlijdensaktes van 1811 tot ongeveer 1942
Het is van groot belang om zelf de gegevens over de laatste decennia te verzamelen in de eigen familiekring ter voorbereiding op een bezoek aan het Ryksargyf.
In de geboorteakte staat waar, wanneer iemands is geboren en wie de ouders zijn.
In de overlijdens akte waar, wanneer iemands is overleden, de leeftijd, de huwelijkse staat plus eventuele naam partner en wie de ouders zijn.
In de huwelijksakte staat waar en wanneer iemands is getrouwd en met wie, hoe oud ze beide waren, wie hun ouders waren, of ze aanwezig ware of overleden. In de huwelijkse bijlagen is soms nog meer informatie te vinden, vaak met een geboortebewijs, soms of ze bij de nationale militie zijn geweest.

Familienamen 1811 Toen de Burgerlijke Stand in 1811 naar Frans model werd ingevoerd, betekende dat dat iedereen een vaste achternaam of familienaam moest aannemen. In Friesland gebruikte de grote meerderheid van de bevolking nog het patronym of vadersnaam, bijvoorbeeld: Tjitte, zoon van Hoyte noemde zich Tjitte Hoytes. Iedereen werd opgeroepen om een familienaam te laten registreren op het gemeentehuis. Vandaar dat na 1811 iedereen een achternaam heeft. Sinds die tijd werd er door de overheid een 'bevolkingsadministratie' bijgehouden.

Doop-, Trouw- en Lidmatenboeken (DTB) vůůr 1812 Vůůr 1811 voerde de overheid vrijwel geen administratie van de bevolking. Alleen een klein deel van de huwelijken werd op het stadhuis gesloten. Als vervanging kan gebruik worden gemaakt van de administratie van de plaatselijke kerken. In plaats van geboorteakten kunnen de doopregisters worden gebruikt. Omdat de meeste huwelijken in de kerk werden gesloten zijn ook de huwelijksregisters belangrijk. Gegevens over overlijden zijn helaas zeer schaars voor handen. Verder zijn er nog de lidmatenregisters, de kerkelijke ledenregistratie. Al deze registers worden door de Rijksarchieven aangeduid als de "DTB" of "DTBL". De DTB loopt, zeer globaal gesproken, over de periode voor 1811. Het kan per plaats enorm verschillen over welke periode er daadwerkelijk gegevens zijn bewaard gebleven

Floreenkohieren

In de floreenkohieren vindt u de grondbelasting die op een stemdragende boerderij voorkwamen. De floreenkohieren stammen al uit 1511 toen zij door de Hertog van Saksen werd ingevoerd. Na 1700 werden de floreenkohieren om de tien jaar vernieuwd, te beginnen in 1708. De grote waarde van deze floreenkohieren ligt in het feit dat de nummers steeds dezelfde bleven, hoe verdeeld de oorspronkelijk bij een bepaalde boerderij behorende landerijen intussen ook waren: administratief bleven ze steeds tot hetzelfde nummer behoren. Nog groter wordt deze waarde door de in de laatste floreenkohieren (1850 of 1858) genoteerde kadastrale nummers. Door de bij zo'n boerderij horende kadastrale nummers in te tekenen op een kaartje kunt u de oorspronkelijke situatie van 1700 en soms zelfs van 1640 en 1511 reconstrueren. Had de boerderij een naam dan zijn de kaarten van Schotanus (1718) en Eekhoff (plm.1855) ook van grote waarde. Door middel van het floreenkohier kunt u dus een hele rij namen van eigenaren en bewoners van stemdragende boerderijen opzoeken of kunt u bepalen op welke boerderij de gezochte persoon woonde en welke landerijen van oorsprong bij deze boerderij behoorden.

Stemkohieren

Veelal is het ook mogelijk om terug te gaan tot 1640 of zelfs tot 1511. Daartoe zijn de stemcohieren nodig, bevattende alle stemdragende boerderijen. Zijn de floreenkohieren aangelegd vanwege de te vorderen grondbelasting, de stemkohieren werden aangelegd om de eigenaren van de stemdragende boerderijen vast te leggen, vast te stellen wie stemrecht hadden in kerkelijke, dorps- en grietenijzaken. Omdat in de loop der jaren een en ander wat was verwaterd, werd in 1640 het stemregister weer opnieuw vastgesteld en in 1700 zelfs in druk uitgegeven (samen met het register van het jaar 1698). Ook het register van 1728 is in druk uitgegeven. Andere registers zijn vaak bij het betreffende floreenkohier in een band terug te vinden. Helaas is niet altijd mogelijk om rechtstreeks de nummers van het floreenkohier over te brengen naar het stemkohier. In Oostdongeradeel kan dat wel; stemkohier nummer 1 van Aalzum is floreenkohier nummer 1 van Aalzum. In Westdongeradeel is dat niet het geval en zult u door vergelijking van het stemkohier van 1698 met het floreenkohier van 1700 moeten uitmaken welk floreennummer bij welk stemnummer hoort (u zult daarbij moeten letten op: namen, eigenaren, bewoners, grootte enz.). Door deze aanpak te volgen bent u gevorderd tot 1640. De sprong naar 1511 is heel groot en alleen te maken als de betreffende boerderij terug te vinden is in het Register van Aanbreng van 1511: het eerste floreenkohier. Heeft uw boerderij een naam, bleef de grootte gelijk, bleef het aantal florenen gelijk, behoorde het tot een klooster of de kerk of kunt u door het hele betreffende dorp in kaart te brengen uw boerderij terugvinden in 1511 dan mag u van geluk spreken. Dat het heus wel mogelijk is bewijst o.a. het boek "Pleatsen yn Eastdongeradiel", waarin van vele boerderijen de geschiedenis is teruggevonden tot 1511 of soms zelfs nog verder als de boerderij of de eigenaar/bewoner in oude oorkondenboeken voorkwam.

Hypotheekbewaarder

Zoals hierboven al vastgesteld, is het niet gemakkelijk om de sprong te maken van het kadaster naar vroegere stukken. Immers het kadaster begon in 1832 en de oudere stukken betreffende eigendommen van onroerende goederen houden op in 1805 of 1811. Het tijdperk daartussen is moeilijk te overbruggen. Bleef de eigenaar of de bewoner de hele tijd in hetzelfde pand wonen dan is de oversteek te maken maar daar kunt u bijna nooit zeker van zijn. Een mogelijkheid bieden de archieven van de Hypotheekbewaarder. Vooral de archieven uit de periode 1811-1838 zijn zeer belangrijk voor ons onderzoek. Stel u weet de eigenaar van een pand in 1832. U wilt weten wanneer hij het eigendom heeft verkregen en van wie. Heeft u de eerdere eigenaar gevonden dan kunt u de volgende stap maken: van wie verkreeg hij het pand weer. Net zolang tot u in de tijd voor 1811 bent terechtgekomen en u terecht kunt in de hierna te bespreken bronnen. Naast de inschrijving van de hypotheken hield de hypotheekbewaarder ook de registratie bij van verandering van rechten op onroerende eigendommen.

ReŽelkohieren

De reŽle goedschatting zoals deze belasting op onroerende goederen officieel heet, werd ingevoerd in 1711 om gelden bijeen te krijgen voor de Spaansche Successie-oorlog. Wel werd de belasting in 1712 weer afgeschaft maar blijkbaar had deze manier van geldverkrijgen de overheid goed voldaan en daarom werd in 1714 deze belasting opnieuw ingevoerd. Tot 1805 is deze belasting daarna blijven bestaan. De reŽelkohieren zijn goed te vergelijken met de floreenkohieren. Er zijn een aantal verschillen. In de eerste plaats werden de reŽelkohieren elk jaar opnieuw vastgesteld, waardoor een betere bepaling van eigenaren/bewoners van een bepaald pand mogelijk is. Daarnaast bevatten deze kohieren veel meer panden: alle panden en landerijen uit de floreenkohieren, aangevuld met alle huizen/landerijen die wel in een bepaald dorp stonden of lagen maar die niet floreenplichtig waren. Verder werden nieuwe huizen ook in het reŽelkohier opgenomen, afgebroken huizen of samengevoegde huizen verdwenen weer enz. Een betere bepaling van de geschiedenis van een bepaald pand is daardoor mogelijk. Termen als "gebout op een koud steed", "nieu gebout", "gedemolieerd", "dese huisinge is gering en de eigenaer seer arm", "'t Karshoff waarop door Ate Geerts een huis is gebout, eeuwige huur aan Auke Jacobs" kunnen u veel informatie verschaffen. Een probleem is dat de plaats van het pand nergens staat aangegeven en er geen direct verband is met latere gegevens. U zult dus moeten werken volgens de onder c (hypotheekbewaarder) genoemde methode om de juiste plaats van de in het reŽelkohier genoemde huizen te bepalen. ReŽelkohieren vindt u op het Streekarchivariaat (van Oost- en Westdongeradeel), op de gemeentehuizen en op het RAF (Toegang 5 en Toegang 8 (1795-1805).

Speciekohieren

Deze kohieren en wordt gebruikt werd voor het vaststellen van de mate van gegoedheid (hoofdgeld betalen betekende een vermogen van meer dan f 600). Daarnaast kon men vast stellen of iemand boer was of niet, het speciekohier ook nog gebruikt kan worden om bewoners van een bepaald pand vast te stellen. Daarnaast werden deze speciekohieren vaak aangelegd volgens een bepaald systeem waarbij op het ene eind van het dorp werd begonnen en langs bepaalde straten het hele dorp werd afgewerkt, wat niet het geval was bij de reŽelkohieren. U hebt dus meer inzicht in de plaatsbepaling (al blijft het moeilijk omdat soms de nummers van weggevallen huizen werden ingenomen door heel ergens anders staande huizen).
De belasting van de vijf speciŽn is in Friesland in 1637 ingevoerd.
De vijf speciŽn bestonden uit:
Vaak geeft het speciekohier een tabel met Naam, Schoorsteen, hoofd, Ĺ Hoofd, koeien, rieren (Vaarsen), geiten, paarden en belasting in caroliguldens-stuivers-pennigen

Proclamatieboeken

Een oude gewoonte bij de verkoop van onroerende goederen in vroeger tijd kan ons vandaag de dag ten dienste zijn om iets over deze goederen en over de eigenaren te vertellen. Het was namelijk tot 1811 (invoering Franse Wetgeving) niet toegestaan om zonder openbare aankondiging onroerende goederen te verkopen. Bij een voorgenomen verkoop had de familie het recht om de goederen tegen dezelfde prijs als de provisionele koper had geboden (heel vroeger zelfs tegen 3/4 van de prijs!) over te nemen. Maakte de familie niet van dit recht gebruik dan had de naastligger dit recht: het niaarrecht genoemd. Daartoe was nodig dat de voorgenomen verkoop in het openbaar werd aangekondigd: voor het grietenijgerecht en in de dorpen in of bij de kerk. Dat gebeurde drie keer (het werd drie keer "geproclameerd") en was er niemand die de koop overnam dan was de provisionele koper de nieuwe eigenaar geworden. Maakte iemand gebruik van het niaarrecht dan betaalde hij de overeengekomen som en werd daarmee de nieuwe eigenaar na bekomen consent van de grietman. Eerst dan werd de koop rechtsgeldig. Deze proclamaties zijn terug te vinden in de in het archief van elk nedergerecht bewaarde proclamatieboeken. Zo'n proclamatie bevat de naam van de koper, de frase BBC (begeert boden en consent = toestemming), wat er verkocht wordt, waar dat ligt met de naastliggers, de verkoper, de prijs en voorwaarden van betaling en de datum. In de kantlijn staat vermeld of er niaar is aangevraagd en wat de afloop daarvan was.

Hypotheekboeken

De voorgangers van de onder c genoemde Hypotheekbewaarder. Omdat onroerende goederen vaak als onderpand voor leningen worden opgegeven zijn in de daarvan bijgehouden hypotheekboeken vele gegevens rond deze goederen te halen. Daarnaast kunnen er ook huurcontracten en afschriften van koopakten worden gevonden.

Weesboeken

In de weesboeken kan men de inboedelbeschrijvingen, gemaakt ten behoeve van weeskinderen, vinden. Als een van de beide ouders kwam te overlijden dan werd er een volledige beschrijving gemaakt van alles wat er op dat moment in het huis aanwezig was, benevens schulden en vorderingen op derden. Kwamen beide ouders te overlijden, dan werden er voogden benoemd (curatoren), vrijwel altijd ooms van de weeskinderen. Hierdoor krijgt men ook enig inzicht in de familierelaties van de weeskinderen. Naast inventarissen komt men, vooral in de oudere weesboeken, ook boedelbeschrijvingen tegen, waarin een volledige lijst is opgenomen van al het verkochte, de kopers en de prijs.

Decretale verkopingen

Wanneer iemand niet in staat was om zelf de verkoop van zijn goederen te behartigen, te denken valt aan minderjarige kinderen, slaven, maar ook kerkelijke instanties dan kwam het Hof van Friesland in aktie. Via een decreet werd dan een en ander plechtig geregeld, waarna de verkoop werd bijgehouden in speciaal daarvoor aangelegde registers (1539-1811). In het Genealogysk Jierboekje zijn daarvan sinds 1978 indices op plaatsnaam gepubliceerd.

Rentmeesterrekeningen

In de tijd van Karel V en Philips II moest een rentmeester verantwoording afleggen van de administratie van het domein Friesland. Deze rekeningen bevatten ook de namen van vele kopers en verkopers van onroerende goederen. R.S. Roorda publiceerde daarover: "Nammen fan keapers en ferkeapers ķt de rintmasterrekkens fan 1518-1575".

Beneficiaalboeken

Behoorde het gezochte onroerende goed in vroeger tijd aan de kerk dan is daarvan mogelijk nog een spoor terug te vinden in het in 1543 opgestelde Beneficiaal-boek. Daarin zijn opgetekend de grootte, de eigenaars, de gebruikers en de naastliggers van kerkelijke goederen. Ook de betalers van renten worden genoemd. Het Beneficiaalboek is in 1850 in druk uitgegeven.

Kloosterrekeningen

Als laatste mogelijkheid om een onroerend goed uit vroeger tijd weer boven water te krijgen en inzicht te verkrijgen in eigenaars en gebruikers worden hier genoemd de kloosterarchieven. Nadat in 1580 het einde voor de kloosters daar was, namen de Friese Staten het beheer over de kloostergoederen over. Er werd een inventarisatie gemaakt (trouwens van alle geestelijke goederen, o.a. uitgegeven in: "Registers van de Geestelijke Opkomsten in Oostergo") en een administrateur aangewezen. Daaraan danken wij nu nog enkele aanwezige registers. Kort geleden werd het register van 1606/1607 uitgegeven in "Administratieve en fiskale boarnen oangeande Frysl‚n yn de Ier-Moderne Tiid", maar ook in de kloosterarchieven zelf is nog een en ander aanwezig. Zo bezit ik van de vroegere Dongeradeelster kloosters de volgende registers: Sion (1560-1580), Abdij Dokkum (1570), Klaarkamp (1576), Weert (1580), opzegging kloostermeijers 1593, 1606, 1618, verkoop van kloostergoederen in 1624, 1628, 1639, 1640 en 1644. U ziet een vrij volledige rij vanaf 1580 tot 1644 waardoor vaak aansluiting met het Stemcohier mogelijk wordt.

Bronnen:
www.ryksargyf.org
www.angelfire.com/vt/sneuper/main.html